project

Koninklijk Conservatorium Brussel

contactinformatie

PROJECTGEGEVENS

opdrachtgever

Origin architects and engineers, FVWW, A2RC

sector

toegepaste adviesdiensten

Het Koninklijk Conservatorium Brussel en het Conservatoire Royale de Bruxelles delen een waardevol geheel van gebouwen.  Het monumentale conservatoriumgebouw langs de Regentschapstraat vormt samen met de directeurs- en secretariswoning een belangrijk laat 19e-eeuws ensemble bedacht door architect Jean-Pierre Cluysenaar. Langs de Wolstraat vormen een sequens van vijf historisch waardevolle huizen, waarvan enkele dateren uit de 17e eeuw, een belangrijk gezicht naar de openbare ruimte.
Het architecturaal erfgoed wordt gerestaureerd en aangepast naar hedendaags comfort. Om tegemoet te komen aan het stijgend aantal leerlingen is een uitbreiding met een nieuwbouw noodzakelijk. In het nieuwe gebouw worden performante masterclasses, twee nieuwe concertzalen en een ondergronds bewaardepot ondergebracht. In een harmonieus geheel garandeert het ontwerp een duurzame toekomst voor beide Conservatoria.

Daidalos adviseerde het project vanaf wedstrijdfase, zo was het mogelijk om de akoestische ontwerpprincipes van in het begin toe te passen.

De bestaande concertzaal wordt volledig gerenoveerd. Om de nodige maatregelen te bepalen werden eerst in-situ metingen uitgevoerd, waaruit bleek dat de nagalmtijd te hoog was. Vervolgens werd een 3D-model van de bestaande situatie opgemaakt en werd dit geijkt aan deze metingen. Met dit model konden de mogelijke akoestische maatregelen getest worden. Zo is één van de maatregelen het vervangen van het tapijt van de parterre door een houten vloer, en het vervangen van de bestaande zetels door een minder absorberende variant. Om dit advies degelijk te kunnen onderbouwen, werd de absorptiecoëfficiënt van de bestaande stoelen getest in ons akoestisch labo en konden de eigenschappen van de nieuwe stoelen verfijnd worden.

De vele muziekklassen in het project werden verdeeld onder de bestaande gebouwen (de minder luide functies, bvb voor individueel onderwijs) en een nieuw gebouw met masterclasses (vooral voor samenspel en luidere instrumenten zoals slagwerk).

In beide gebouwen is er aandacht voor een correcte nagalmtijd en aangename klank in de muziekklassen door de inkleding van de klassen in een 3D model te simuleren en aan de hand van een aantal varianten tot een set van maatregelen te komen op maat van de klank en luidheid van de instrumenten.

Hiernaast worden nog 2 hoogwaardige nieuwe zalen in het project toegevoegd: een kamermuziekzaal voor de repetitie en optredens van een kamerorkest, en een repetitiezaal voor de repetitie van een symfonisch orkest. Om een variëteit aan samenstellingen van de ensembles en hun instrumenten toe te laten werd er voor beide zal gekozen voor een variabele akoestiek. Door het verplaatsen van houten wandbekledingen en optrekken en neerlaten van gordijnen kan de nagalmtijd in de zalen worden verhoogd van 0.8/0.9s tot 1.4s. Zo is het mogelijk om de luidheid te beperken bij samenspel van vele muzikanten, maar in dezelfde zaal een aangename nagalmt te kunnen bieden aan een intiemer ensemble.

Om over de duurzaamheid van project te waken kozen  het ontwerpteam en de bouwheer voor een BREEAM-certificatie, waarbij het niveau “excellent” wordt vooropgesteld, een niveau dat in Design Stage al werd behaald.

Omdat het project een complexe combinatie van functies bevat werd er een op maat gemaakt (“bespoke”) schema opgesteld.

Deze certificatie was niet alleen een permanent communicatie-instrument tussen de verschillende partijen, maar zorgde ook voor het verder uitdiepen van een aantal duurzame principes van het ontwerp.

Zo werd er een life Cycle Cost Analyse gemaakt van een aantal maatregelen (het plaatsen van achterzetramen, het voorzien van een grondgekoppelde warmtepomp, het robuust afwerken van de binneninrichting). Ook werden belangrijke comfortparameters gesimuleerd in de bestaande en nieuwe gebouwen: de daglichttoetreding, het binnenklimaat, de efficiëntie van hygiënische ventilatie en de mogelijkheid om naar buiten te kijken voor de gebruikers.

Deze simulaties bepalen de noodzaak tot natuurlijke ventilatie, optrekbare zonwering, de isolatiepakketten en de eigenschappen van de beglazingen.

De nieuwe gebouwen worden fors beter geïsoleerd dan de huidige eisen, en ook de bestaande gebouwen worden ne-geïsoleerd. Zo is er overal nieuwe dakisolatie, worden er overal nieuwe ramen of achterzetramen geplaatst, wordt de vloer voorzien van isolatie in de bestaande opbouw van de dekvloer en worden de gevels geïsoleerd waar dit toelaatbaar is met betrekking tot de erfgoedkundige kwaliteiten (zowel binnenisolatie als buitenisolatie wordt toegepast in de bestaande delen).

Bij de dynamische simulaties wordt steeds gebruik gemaakt van een huidig klimaat, maar wordt ook de invloed van klimaatverandering gesimuleerd voor de toekomstige situatie.

Voor een gezond binnenklimaat worden VOC-arme materialen voorgeschreven, de uitstoot van deze materialen zal op het einde van de werf ook getest worden nadat de binnenlucht in de gebouwen gespoeld worden zijn in het kader van het Indoor Air Quality plan.

Het energieverbruik van de gebouwen werd berekend met de energieprestatieregelgeving, Daidalos treedt op als EPB-verslaggever voor de bestaande en nieuwe gebouwen.

Verder werd de warmteopwekking verder onderbouwd aan de hand van dynamische simulaties met de Energyplus software. Deze berekeningen lieten toe het thermisch

evenwicht van de grond op jaarbasis fijn te stellen zodat de warmtepomp met verticale boringen de grond niet zou uitputten. Het energieconcept maakt verder gebruik van een warm en koud opslagvat om de gebouwen van verwarming en koeling te voorzien, wat voor een sterke reductie in energieverbruik zorgt bij een gebouw zoals dit, waar vaak simultaan een warmte- en koeltevraag is. Verder zorgen PV-panelen voor een verdere reductie in het energieverbruik van het gebouw.

Het verbruik zal worden opgevolgd door een uitgebreide set van meters: zowel elektriciteitsmeters, calorimeters voor verwarming en koeling, en watermeters gekoppeld aan een gebouwbeheerssysteem laten de bouwheer toe om abnormaliteiten uit het verbruik op te sporen, en de verbruiken jaar per jaar bij te houden.

Het verbruik van water wordt sterk gereduceerd door het gebruik van waterbesparende componenten, en ook het hergebruik van regenwater en de mogelijkheid tot infiltratie hebben een positieve impact op de waterhuishouding.  Op deze manier is ook in  het landschapsontwerp duurzaamheid een belangrijke pijler.

Om het materiaalgebruik van het gebouw te beperken, wordt eerste een sloop- en materiaalinventaris opgesteld in samenwerking met de firma Rotor. Hierin wordt bekeken welke materialen behouden kunnen blijven, elders in het gebouw aangewend kunnen worden, of in een ander project geplaatst kunnen worden.

Ten slotte wordt de milieu-impact verder beperkt door de uitstoot van fijn stof te beperken door toepassing van hernieuwbare technieken en warmteopwekking met lage NOX-uitstoot.

 

projectteam

Opdrachtgever Beliris

MEER UITDAGINGEN

gerelateerde projecten

CONTACT OPNEMEN MET EEN SPECIALIST

contactinformatie